Kijkend naar een doelpuntloze eerste helft van de WK-openingswedstrijd, had ik een openbaring. Onder studentenhuis Elke Vrijdag gaat de staat van ontbinding schuil. Het hoofdkwartier staat op een begraafplaats waar verscheidene mensen levend begraven zijn.
Dat kan bijna niet anders en het zou alles verklaren. De ondergrondse internetaansluitingen. De grootte van de kelder. De dermatologisch gestresste zombies. De kalmte die de zombies bewaren. De wandcontactdoos van mensenhuid.
Om de natuur niet te belasten, worden mensen soms in kartonnen dozen onder de grond gestopt. Nog somser levend. Omdat de dozen van karton zijn en de mensen levend, scheuren ze er dan uit.
Ze gaan uit de dozen en broederlijk beraden ze zich over hun toestand: dood volgens de overlijdensadvertenties, maar levend volgens eigen bevindingen. Dat is gebeurd in de staat van ontbinding.
Het biedt gelegenheid om stunts uit te halen; om te experimenteren. En om helemaal niks te doen, want niemand heeft nog verwachtingen. Iemand die doodgewaand wordt, kan gerust lummelen. Teren op zijn vet. Kannibaal worden wellicht; aaseter. Niks is zo prettig als leven terwijl niemand nog verwachtingen heeft.
Dood zijn is hels, al merkt de dooie er waarschijnlijk niks van. De afbraak van een mensenlichaam begint meteen na overlijden. Ik heb dat uitgezocht. Er zijn vier fasen. De verse fase, de inflatoire, decompositoire en de droge fase.
Ingewanden stikken van de bacteriën die zich al tijdens de verse fase te goed doen aan cellen. Ondertussen breken chemicaliën die ontstaan door celafbraak, andere cellen af, waardoor het lichaam zwelt, verkleurt en zo in de tweede fase belandt. De stoffen die dan vrijkomen, trekken vleesetende insecten aan en de decompositie begint. Droogte is wat rest: droge botten, tanden, lappen huid, een snor.
Natuurlijke, gruwelijke horror. Voor wie onverwacht niet dood is, gaat dat hele afbraakproces niet op. Die vaststelling maakt de ondode gelukkig. Dermate gelukkig dat hij kalme vreugde voelt, prettige herinneringen oproept, mijmert en blijft zitten waar hij zit. In splendid isolation. In de kelder. High door voedselgebrek. Vindingrijk.

12/06/2010 bij 12:14
Ik wil niet veel zeggen, maar volgens mij is het anders.